De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg.
Elke ochtend weer een nieuw bezoek

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid
Een flits van inzicht komt
Als een onverwachte gast

Verwelkom ze, ontvang ze allemaal gastvrij
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
Die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat

Behandel dan toch elke gast met eerbied
Misschien komt hij de boel ontruimen
Om plaats te maken voor extase…

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
Ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
En vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
Om jou als raadgever te dienen.

Maulana Jelaluddin Rumi, Perzische dichter, 1207-1273